LG
Luchtgeweer
Precisieschieten met een luchtgeweer (4,5 mm) op 10 meter; bij de club op 10 of 12 meter. Je kunt vrij staand, knielend, liggend of opgelegd schieten – opgelegd is vooral bij senioren erg populair.
Foto: Master Sgt. Lono Kollars (U.S. Air Force), Public domain, Wikimedia Commons
Regels
- Afstand 10 meter (KNSA/ISSF); op de clubavond 10 of 12 meter.
- Wedstrijd: 60 schoten (senioren, junioren A) of 40 schoten (veteranen, jongere jeugd, liggend, knielend en opgelegd); 3 houdingen is 3 × 20 in de volgorde knielend, liggend, staand.
- Tijd op papieren kaarten: 90 minuten voor 60 schoten, 60 minuten voor 40 schoten, exclusief voorbereiding en proefschoten.
- Raakt het schot een ringlijn, dan telt de hogere waarde. Op elektronische banen en in finales wordt in tienden geteld (maximaal 10,9).
- Kaarten schiet je in nummervolgorde en er staat altijd maar één kaart tegelijk op; anders gaan er 10 punten van je totaal af.
Houdingen
- Staand: vrij staand zonder steun; de linkerelleboog rust op de heup en het geweer rust op de hand of vuist.
- Knielend: zitten op de rechterhiel met een knielrol onder de wreef; de linkerelleboog rust net voor de knie.
- Liggend: op de mat, het geweer rust alleen op handen en schouder (meestal met schietriem); beide ellebogen op de grond.
- Opgelegd (staand): het voorhout ligt haaks op een ronde schietstandaard. Je mag de balie en de standaard niet aanraken en je voorste hand mag niet voorbij de standaard komen.
- 3 houdingen: knielend, liggend en staand achter elkaar, met proefschoten bij elke wissel.
Uitrusting
- Luchtgeweer (perslucht, CO2 of veer) kaliber 4,5 mm, met diopter en ringkorrel.
- Alleen loden diabolo-kogeltjes van 4,5 mm met een platte kop.
- Schietjas, -broek, -handschoen en -schoenen zijn toegestaan volgens de ISSF-regels. Voor beginners volstaan gewone, nauwsluitende kleding en platte schoenen.
- Knielend: nationaal mag je twee knielrollen gebruiken (max. 25 cm lang, 18 cm doorsnede).
- Veteranen mogen een optisch hulpmiddel tot 1,5× vergroting in de korreltunnel of diopter gebruiken.
Tips
- Zoek je natuurlijk richtpunt: sluit je ogen in de aanslag en open ze weer. Staat de korrel naast de roos, verplaats dan je voeten of je hele lichaam en ga niet met spierkracht corrigeren.
- Adem rustig uit, houd je adem 5–8 seconden vast en lukt het schot dan niet, zet af en begin opnieuw.
- Druk de trekker geleidelijk en recht naar achteren tot het schot 'vanzelf' valt; niet rukken.
- Doorhouden: blijf na het schot nog even in de aanslag kijken. Waar stond de korrel? Zo leer je je eigen schoten aanwijzen.
- Staand draag je het gewicht met je botten en niet met je spieren: elleboog op de heup, geweer op een vuist of je vingers.
- Ook een luchtgeweer is een wapen: loop altijd richting kogelvanger, laad pas op commando en leg het geweer neer met open lader.
