KKP
Klein kaliber pistool
Eenhandig schieten met een .22 LR-pistool: op 10 meter op de luchtpistoolschijf en op 25 meter (meesterkaart licht kaliber en ISSF-sportpistool).
Foto: Hemmers, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons
Regels
- 10 meter: 40 wedstrijdschoten op 8 luchtpistoolkaarten, 5 schoten per kaart. Je hebt 50 minuten schiettijd, plus 10 minuten voorbereiding met onbeperkt proefschieten (2 proefkaarten).
- 25 meter meesterkaart licht kaliber: 40 schoten in 8 series van 5 op de 25 m-precisieschijf, met de tijd voor ISSF-precisieseries (5 minuten per serie) en vooraf 2 × 5 proefschoten.
- ISSF-sportpistool 25 m: 60 schoten, verdeeld over een precisiedeel en een duel-/snelvuurdeel waarbij de schijf telkens kort zichtbaar is.
- Raakt het schot een ringlijn, dan telt de hogere waarde (schotmaatje 5,6 mm). Je laadt nooit meer patronen dan een serie toestaat.
Houdingen
- Eenhandig staand: alle KNSA-pistoolwedstrijden (behalve action shooting en service pistol) schiet je met één hand, vrij staand en met de schietarm gestrekt.
- Duel-/snelvuurdeel: je begint in vaardige houding (arm schuin naar beneden, op maximaal 45°) en brengt het pistool pas omhoog als de schijf verschijnt.
- Plates (club): daar mag tweehandig geschoten worden; zie het onderdeel Plates.
Uitrusting
- Pistool kaliber .22 LR met een loop van maximaal 6 inch (152,4 mm) dat voldoet aan de ISSF-regels voor 25 m-pistolen; geen mondingsrem.
- Alle .22 LR-randvuurmunitie met een loden of vergelijkbaar zachte kogel.
- Open vizier; geen optische richtmiddelen.
- Gehoorbescherming is verplicht en een (schiet)bril sterk aangeraden. Steek een veiligheidsvlag in het wapen zodra je niet schiet.
Tips
- Je grip bepaalt alles: hoog in de greep, de loop in lijn met je onderarm, en elke serie exact hetzelfde.
- Concentreer je op een scherpe korrel en een gelijkmatige trekker. Een kleine richtbeweging is normaal; een trekkerfout kost veel meer punten.
- Precisie: neem rustig de tijd per schot (5 minuten voor 5 schoten is ruim) en zet af als het niet loopt.
- Duel/snelvuur: oefen het ritme droog – omhoog, korrel vinden, trekker – zodat het schot binnen de tijd valt zonder te rukken.
- Houd de terugslag niet tegen, maar laat het pistool terugkomen in hetzelfde richtbeeld (doorhouden).
- Bij een weigeraar: pistool minimaal 1 minuut richting kogelvanger houden, dan magazijn eruit en doorladen. Steek je hand op voor de baancommandant.
