GKG
Groot kaliber geweer
Schieten met een centraalvuurgeweer tot 8 mm (.323) op 100 meter op de 'Woerden'-schijf of op 300 meter (ISSF). Er zijn klassen voor vrij en standaard geweer, militair geweer (ook met optiek), veteranengeweer en precisiegeweer.
Foto: Tony Chow, CC BY-SA 4.0, Wikimedia Commons
Regels
- Nationaal: meestal 30 schoten liggend op 100 of 300 meter in 40 minuten, inclusief proefschoten (standaard, militair, militair optiek en veteranengeweer).
- De 'Woerden'-schijf heeft ringen 1–10 en een mouche van 11 mm; de zwarte roos (195 mm) omvat de ringen 5 t/m 10. Je schiet maximaal 5 schoten per kaart.
- Precisiegeweer: 25 schoten liggend in 30 minuten op een schijf met meerdere visuelen; proefschoten zijn vrij.
- 300 m ISSF: vrij geweer 60 schoten liggend of 3 × 40 in 3 houdingen; standaard geweer 3 × 20.
- Raakt het schot een ringlijn, dan telt de hogere waarde. Trainingen en wedstrijden mogen ook op 50 m-banen worden gehouden.
Houdingen
- Liggend (open vizier of diopter): ellebogen op de mat en het geweer in de schouder, eventueel met schietriem aan het originele bevestigingspunt.
- Militair optiek: opgelegd op een tweepoot of steun. De kolf blijft in de schouder en mag achteraan alleen met de gebalde vuist of arm worden ondersteund, niet met een vlakke hand of kussen.
- Precisiegeweer: liggend met tweepoot. De kolf rust niet op de grond en wordt alleen met de hand ondersteund; zandzakken en riem zijn niet toegestaan.
- Knielend en staand komen voor in 3 houdingen (300 m of 100 m standaard geweer), volgens de ISSF-regels.
Uitrusting
- Centraalvuurgeweer kaliber maximaal 8 mm (.323 inch).
- Militair geweer: origineel dienstmodel, open vizier of origineel diopter, geen optiek of ringkorrel, maximaal 8 kg, trekkergewicht minimaal 1.500 gram, geen mondingsrem.
- Veteranengeweer: type of model van vóór 1960, minimaal 6,5 mm, geheel volgens de originele uitvoering.
- Precisiegeweer: met richtkijker en tweepoot. Windmeters en externe hulpmiddelen zijn niet toegestaan.
- Gehoorbescherming is verplicht en een schietbril wordt aangeraden.
Tips
- Lig recht achter het geweer, zodat de terugslag recht naar achteren gaat en het geweer na het schot op de roos terugvalt.
- Zet de kolf steeds op exact dezelfde plek in de schouder en houd je wang altijd even stevig tegen de kolf.
- Laat de trekker het schot verrassen; anticiperen op de terugslag ('flinchen') is de grootste fout bij groot kaliber.
- Let op wind en licht, zeker op 300 m. Corrigeer op basis van een groepje, niet op een los schot.
- Doe je het schot niet binnen een paar seconden na de ademstop? Zet dan af.
- Veiligheid: grendel open en een veiligheidsvlag in de kamer, laad pas op commando en controleer na afloop kamer én magazijn.
